Noordenveld betrokken bij oprichting Stichting Waterketenbeheer Noord
Nieuwe stichting voor regionaal waterbeheer in Groningen en Noord-Drenthe
De gemeenten in Groningen en Noord-Drenthe willen de samenwerking op het gebied van waterbeheer onderbrengen in een nieuwe stichting. Het gaat om de oprichting van de Stichting Waterketenbeheer Noord.
De regionale samenwerking bestaat al sinds 2011 en richt zich onder meer op het verzamelen en delen van gegevens over riolering, water en regenval. Voorbeelden hiervan zijn het neerslagdashboard, de waterketenkaart en gezamenlijke systemen voor meten, monitoren en gegevensbeheer.
De samenwerking levert volgens de betrokken gemeenten voordelen op. Door kennis en gegevens te bundelen, kunnen zij efficiënter werken, kosten besparen en beter voldoen aan wettelijke verplichtingen.
Huidige samenwerking is kwetsbaar
Op dit moment werken de partijen vooral op basis van tijdelijke afspraken. Er is geen aparte organisatie die verantwoordelijk is voor personeel, ICT, inkoop en financiële risico’s. Daardoor is de samenwerking kwetsbaar en bestaat het risico dat kennis verloren gaat.
Met de nieuwe stichting moet de samenwerking een vaste juridische en financiële basis krijgen. De stichting kan zelf personeel aannemen, contracten afsluiten en de gezamenlijke werkzaamheden beter organiseren.
Er is gekozen voor een stichting omdat de samenwerking vooral bestaat uit praktische en ondersteunende taken. Er worden geen beleidsbevoegdheden overgedragen en de stichting neemt geen politieke besluiten namens de gemeenten.
Noordenveld doet mee
Aan de stichting doen veertien gemeenten mee, waaronder Noordenveld, samen met Waterschap Hunze en Aa’s en Waterschap Noorderzijlvest. Ook gemeenten als Assen, Groningen, Westerkwartier, Tynaarlo en Aa en Hunze nemen deel.
De activiteiten worden gezien als een voortzetting van de huidige samenwerking en worden betaald uit de rioolheffing. Een extra begrotingswijziging is niet nodig.
De gemeenteraad van Noordenveld wordt gevraagd geen bezwaren of aanvullende wensen in te dienen tegen de oprichting. Als alle deelnemende partijen akkoord zijn, moet de stichting vanaf 1 januari 2027 operationeel zijn.
Elke vier jaar wordt de stichting onafhankelijk geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar de kosten en doelmatigheid, de kwaliteit van de dienstverlening, de gezamenlijke voordelen en de mogelijke risico’s.