Geen extreme droogte in Noorderzijlvest
Noorderzijlvest heeft op dit moment nog geen extreme droogte, maar waarschuwt voor toenemende zoetwaterdruk.
Terwijl grote delen van Nederland kampen met acute droogte, is het watersysteem van Waterschap Noorderzijlvest opvallend stabiel. Het water vanuit het IJsselmeer, dat bij Gaarkeuken binnenkomt, wordt niet op maximaal ingelaten en er gelden geen beregenings- of onttrekkingsverboden. Bestuurder Eisse Luitjens benadrukt dat het gebied het goed doet: “Het waterpeil is op dit moment nog voldoende hoog. Eén van de redenen is de bodem én dat in dit gebied meer neerslag is gevallen ten opzichte van de rest van Nederland. Maar de druk op zoetwater neemt landelijk toe. Ook wij gaan de gevolgen daarvan merken. Ondanks de gunstige uitgangssituatie in bodem en watersysteem nemen de inspanningen toe.”
Waarom het Noorden de uitzondering lijkt
De verschillen met de rest van Nederland zijn groot. In het gebied van Noorderzijlvest viel de afgelopen periode meer neerslag dan elders. De kleigronden houden dat water bovendien langer vast, terwijl zand- en veengebieden in andere delen van het land sneller uitdrogen. Daarnaast werkt Noorderzijlvest al jaren aan water vasthouden, waardoor het systeem robuuster is geworden. Ook kan Noorderzijlvest IJsselmeerwater aanvoeren via Friesland, dat vervolgens wordt verdeeld over het eigen gebied en doorgevoerd naar buurwaterschap Hunze en Aa’s. Waterschappen in het westen en zuiden van het land zijn direct afhankelijk van Rijnwater, maar de waterstand van de Rijn staat inmiddels historisch laag, waardoor ook de waterafvoer van de Rijn laag is. Dat verklaart de grote regionale verschillen.
Geen problemen, maar wel druk op het systeem
Hoewel er in het Noorden geen extreme droogte is, merkt Noorderzijlvest wel degelijk de gevolgen. De droogte vraagt ook van het waterschap actief waterbeheer. Zo moeten kades en keringen geïnspecteerd worden. Ook krijgt het waterschap veel beregeningsverzoeken en wordt er extra ingezet op maaionderhoud om de aan- en afvoer van water optimaal te houden. Het waterschap maakt zich al langer zorgen over het feit dat de vraag naar zoetwater steeds hoger wordt. Tegelijkertijd wordt landelijk gekeken of IJsselmeerwater breder moet worden ingezet voor andere regio’s. Luitjens: “Eén IJsselmeer verdelen over noordelijk gelegen provincies is iets anders dan over een groter deel van Nederland. Steeds meer regio’s zijn afhankelijk van hetzelfde water, en dat vraagt om scherpe keuzes, solidariteit én eerlijkheid over de gevolgen voor ons eigen gebied.”
Droogte wordt structureel
Door klimaatverandering neemt de kans op zoetwatertekorten sterk toe. Waar nu in ons werkgebied nog nooit sprake is geweest van een watertekort, zal dat in de toekomst eens in de tien tot 50 jaar kunnen gebeuren en waarschijnlijk vaker. Dat heeft gevolgen voor de natuur en landbouw, die minder water beschikbaar heeft in cruciale groeifases, maar ook voor de waterveiligheid. Langdurige droogte kan dijken beschadigen en daarmee de veiligheid aantasten. Luitjens: “Droge periodes en periodes van (te) weinig water zijn geen incident meer. Enerzijds betekent dit het systeem toekomstbestendig maken, maar voornamelijk dat we moeten accepteren dat droogte en een tekort aan zoetwater in de toekomst vaker voorkomt. Je kunt met systeem- en beleidskeuzes de impact van tekorten beperken, maar droogte blijft. Daarom is het nodig om nú te handelen, ook als nog niet alles bekend is. Anticiperen betekent ook nu keuzes maken over hoe we in omgaan met toekomstige watertekorten.”
Zoetwaterstrategie: bufferen en vasthouden
Wij proberen met een slimme inrichting van het watersysteem en ons waterbeheer voorbereid te zijn om de toekomst. Het handelingsperspectief dat wij als waterschap hebben om watertekorten naar de toekomst toe te voorkomen is echter klein. Als we voldoende zoetwater voor ons eigen werkgebied willen opslaan in het watersysteem dan moet het peil van het Lauwersmeer met 80 tot 180 centimeter worden verhoogd of het boezempeil met minimaal een halve meter. “Deze ingrepen zijn technisch niet altijd mogelijk en kosten daarnaast veel geld. Wij zijn ons steeds meer bewust dat technische interventies niet meer de oplossing zijn en dat we ons in de toekomst moeten focussen op leren om gaan met droogte”. In de Kop van Drenthe werken we aan het vergroten van de weerbaarheid door water vasthouden, zodat het groeiseizoen begint met een hogere grondwaterstand. Dat vergroot de weerbaarheid van landbouw, natuur en waterveiligheid.
Solidariteit: helpen waar het kan, maar met technische grenzen
Water kan via twee routes worden aangevoerd: via Friesland, waar het vanzelf naar Groningen stroomt, en via Drenthe, waar het omhoog moet worden gepompt. Als het IJsselmeerpeil te laag wordt, kan Noorderzijlvest minder of geen water meer aanvoeren, dit heeft consequenties voor natuur, landbouw, waterkwaliteit maar ook uiteindelijk voor de waterveiligheid. Luitjens: “We willen solidair zijn, maar water verdelen betekent dat het hier minder beschikbaar is, waardoor je bijvoorbeeld toch een onttrekkingsverbod moet instellen. Die dilemma’s gaan we in de toekomst vaker tegenkomen.”
Conclusie
De droogte laat zien dat Nederland structureel moet investeren in een robuust watersysteem. Noorderzijlvest staat er nu door extra neerslag en haar bodem goed voor, maar de situatie is kwetsbaar. Luitjens: “Het is goed om na te denken wat een periode met weinig of geen water voor jou betekent en hoe je daar mee om wilt gaan. Je daarvan bewustzijn betekent ook dat je straks makkelijker kunt anticiperen wanneer we in de toekomst met meer droogte te maken krijgen. Op dit moment kan het bijvoorbeeld helpen om niet in de volle zon te beregenen. Voor de toekomst zijn ook andere interventies nodig.” Als waterschap werken we aan het systeem natuurlijker en flexibeler maken, zodat we ons enerzijds kunnen weren tegen droogte. Én tegelijkertijd zullen alle afnemers van water moeten accepteren dat we vaker met droogte en periodes met weinig water te maken krijgen die het waterschap niet kan oplossen.”