Op de koffie bij Kirsten Ipema: “Verbinding en duurzaamheid, daar ligt mijn hart”
Aan de keukentafel in Langelo is het goed toeven. Een kop koffie, een open gesprek en een vrouw die met zichtbaar plezier terugkijkt op een periode die haar veel heeft gebracht. Kirsten Ipema, geboren op 21 juni 1981 in Groningen en opgegroeid in Langelo, neemt binnenkort afscheid als wethouder. Na twee termijnen van vier jaar vindt ze het tijd voor een nieuw hoofdstuk.
Sinds 2012 woont Kirsten weer in Langelo, een plek waar ze zich al snel thuis voelde. “Toen ik hier kwam wonen, raakte ik betrokken bij Dorpsbelangen. We dachten mee over het dorp, over het dorpscafé bijvoorbeeld. Van het één kwam het ander en zo ben ik er eigenlijk een beetje ingerold.” Niet veel later werd ze gevraagd door Gemeentebelangen. Eerst als tweede wethouder, naast Henk Kosters, en daarna als lijsttrekker en eerste wethouder.
Met een achtergrond in technische bedrijfskunde, ze studeerde en studeerde af in Groningen, begon haar loopbaan in Zwolle binnen de bouwsector. Ze werkte aan uiteenlopende projecten, van scholen tot grotere gebouwen. Later werd ze teammanager bij Royal Haskoning, waar ze als ingenieur betrokken was bij complexe projecten. “Ik heb altijd iets gehad met bouwen en ontwikkelen,” vertelt ze. “Niet alleen fysiek, maar ook het bouwen aan samenwerking.”
Dat samenwerken bleek ook de rode draad in haar werk als wethouder. “Het mooiste vond ik echt het contact met mensen. Werkgroepen, vrijwilligers, samen iets voor elkaar krijgen. Die verbinding, dat is goud waard.” Tegelijkertijd waren er ook minder leuke kanten. “De stoeptegels die scheef liggen of meldingen over het groenonderhoud… dat hoort erbij, maar daar lag niet mijn grootste passie.”
Die passie lag duidelijk bij duurzaamheid. Kirsten zette het onderwerp stevig op de kaart binnen de gemeente. Zo was ze onder meer betrokken bij initiatieven om inwoners bewuster te maken van energie en klimaat. Ook praktische verbeteringen kregen aandacht. In Museum Mensinge bijvoorbeeld werd een lift gerealiseerd, waardoor het gebouw toegankelijker werd voor iedereen. “Dat soort concrete resultaten, daar doe je het voor.”
Thuis is duurzaamheid ook een belangrijk thema. Samen met haar partner, “ik noem hem gewoon mijn man”, ontwierp ze haar eigen woning. Hij als architect, zij met een scherp oog voor duurzaamheid, energiezuinigheid en de financiële kant. “Een mooie combinatie,” lacht ze. Samen hebben ze twee dochters, Rieke en Jonna, die opgroeien in een huis waar duurzaamheid vanzelfsprekend is.
Nu komt er dus een einde aan haar wethouderschap. Op 7 mei wordt er officieel afscheid genomen in het dorpscafé in Langelo. “Dat zal vast even wennen zijn,” zegt ze. “Ik ga het zeker missen. Het was echt mijn ding.” Toch kijkt ze ook vooruit. Er ligt een nieuwe baan in het verschiet. "Per 1 juli ga ik aan de slag als teamleider van het Team Energie bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Daar ben ik nu ook regelmatig te vinden, omdat ik lid van de commissie ben, die zich bezighoudt met energievraagstukken voor de gemeenten. Straks ga ik dat dus ook doen, maar dan als ambtenaar. Dan ga ik bijvoorbeeld in overleg met de ministeries over nieuwe wetgeving en of die uitvoerbaar is voor gemeenten."
En ineens ontstaat er weer ruimte. Ruimte voor dingen die de afgelopen jaren soms moesten wijken. Zoals padel, dat er een beetje bij inschoot door de vele avondafspraken. Of haar betrokkenheid bij het Bevrijdingsvuur, waar ze zich al jaren voor inzet. Op 5 mei loopt ze weer mee met de loopgroep richting Norg, een traditie die haar na aan het hart ligt.
Helemaal loslaten zal ze het gemeentewerk waarschijnlijk niet. “Die betrokkenheid blijft wel. Maar straks heb ik ook weer tijd om gewoon ergens te zijn, bij evenementen bijvoorbeeld. Langs de lijn bij mijn dochters kijken bij hun wedstrijden of misschien wel vrijwilligerswerk op te pakken.”
Terwijl de koffie opraakt, is één ding duidelijk: Kirsten Ipema neemt afscheid van haar functie, maar niet van haar betrokkenheid. “Ik kijk met trots terug,” zegt ze. “En met nieuwsgierigheid vooruit.”
Credits Coby van Zanten