Aan de Kokswijk in Zevenhuizen vliegen de stropakjes over de kar
Aan de Kokswijk in Zevenhuizen vliegen de stropakjes over de kar
Wie zaterdag over de Kokswijk in Zevenhuizen reed, werd getrakteerd op een prachtig zomers tafereel. Geen haast, geen druk verkeer, maar het rustige gebrom van een trekker, het ritmische geklap van een pakjespers en de goudgele kleur van vers stro op het land. Voor veel voorbijgangers pure nostalgie, voor de mensen op het land vooral een kwestie van doorwerken zolang de zon schijnt.
Op het perceel was een hele ploeg aan het werk. Achter de pers rolden de kleine stropakjes in een mooi tempo uit de machine. Daarna begon het echte teamwork. De neven Bandringa stonden op de wagen en kregen de pakjes één voor één toegeworpen. Met een soepele beweging werden de balen opgevangen, netjes opgestapeld en in een hoog tempo verdween het stro van het land. Het leek bijna een wedstrijdje wie het snelst kon stapelen, al ging het vooral om goed samenwerken.
Stro is iets anders dan hooi. Waar hooi wordt gemaakt van gedroogd gras, ontstaat stro nadat granen zoals tarwe, gerst of haver zijn geoogst. De graankorrels zijn dan al van de stengels gescheiden en wat overblijft is het stro. Dat wordt samengeperst tot kleine of grote balen en is onder meer onmisbaar als strooisel in stallen of als voerbijmenging voor vee.
Aan de Kokswijk leeft een mooie traditie nog volop. Terwijl de trekker onverstoorbaar zijn rondjes reed, hield iedereen zich bezig met zijn eigen taak. De chauffeur stuurde de combinatie strak over het land, de pers deed zijn werk en op de wagen zorgden de neven Bandringa ervoor dat de stropakjes razendsnel werden opgevangen en opgestapeld. Veel woorden waren niet nodig; een knikje of een lach was vaak al voldoende.
Voor voorbijgangers was het genieten van een vertrouwd beeld dat steeds minder vaak te zien is. Tegenwoordig kiezen veel boeren voor grote ronde of vierkante balen, omdat die met moderne machines sneller verwerkt kunnen worden. Juist daarom roepen de kleine stropakjes zoveel herinneringen op aan vroeger, toen familie, buren en vrienden massaal de handen uit de mouwen staken om het stro vóór een eventuele regenbui van het land te halen.
Met de zon hoog aan de hemel en de geur van het pas geoogste graan nog in de lucht was het aan de Kokswijk een prachtig gezicht. Dankzij de inzet van de neven Bandringa en de andere helpers lagen de stropakjes uiteindelijk keurig op de wagen. Zo blijft een stukje agrarisch vakmanschap, letterlijk én figuurlijk, springlevend.