Uit de Geschiedenis van Roden: Een verdacht sterfgeval.
Uit de Geschiedenis van Roden: Een verdacht sterfgeval.
Door: Tjerk Karsijns. Samenvatting van een omvangrijk verhaal.
Â
Zij verhuisde nogal eens, het Rodense meisje dat daar rond de jaren 1850/60 werd geboren. In verschillende dorpen in Groningen verdiende haar vader de kost. Uiteindelijk kwam het gezin terug naar Roden. Het meisje, onderhand halfvolwassen, kwam niet mee. Zij was al in betrekking. Nadien keerde ook zij terug en werd dienstmeid bij een landbouwer in Roden.
Â
Enkele jaren nadien trouwde de jonge vrouw. Haar man werkte bij een boer in Roden. Ruim een week na het voltrekken van het huwelijk werd hun dochtertje geboren. Wonderlijk genoeg was de vader afwezig. Het kindÂje stierf dezelfde dag onder verÂÂÂdachte omstandigheden. Een onderzoek volgde, waarna de vrouw werd aangeÂklaagd.
Â
Zowel de geboorte als het overlijden van het kind werden in Roden aangegeven door een vroedvrouw, met als getuige de schrijver van het gemeentehuis. Beiden verklaarden bekenden te zijn van de moeder. Opnieuw opmerkelijk was dat het kindje werd aangegeven als zijnde levenloos geboren. Een en ander strookte niet met het onderzoek, dat had uitgewezen dat het meisje had geleefd.
Â
Baarde de moeder de baby zonder hulp? Wat was dan de rol van de vroedvrouw? In ieder geval was er na de bevalling iets gruwelijk misgegaan. Was de jonge moeder wellicht verÂward? Was de vader naar zijn werk gegaan, niet wetende dat de geboorte aanstaande was? Vragen te over dus.
Â
Het Gerechtshof in Leeuwarden boog zich over de zaak. In het belang der zedelijkheid bepaalde zij dat de verÂÂdere behandeling bij gesloten deuren plaats zou hebben. Drie geneesÂkunÂdiÂgen, twee doktoren en een vroedvrouw werden als deskundige gehoord. De verdachte had geen verdediger en was niet in hechÂÂtenis.
Â
De advocaat-generaal vorderde een celÂstraf van 8 maanden en een geldboete van fl. 8,-. Het Hof in Leeuwarden achtte de moeder schuldig aan onÂwilÂliÂge doodslag door onvoorÂzichÂtigheid en veroordeelde haar tot acht maanden celÂstraf en een boete van fl.25,- subsidiair één dag celstraf met vrijspraak van het meerdere haar ten laste gelegd.
Â
De moeder werd overgebracht naar de gevangenis op het bolwerk WolÂvenburg, bij de Wittevrouwenpoort in Utrecht. Haar man vertrok uit Roden. En alweer iets opmerkelijks, na enkele maanden beviel de vrouw in de gevangenis van een tweeling, die slechts enkele dagen leefde. Zowel geboorte als overlijden werden aangegeven door de directeur van de gevangenis, met twee van zijn personeelsleden als getuigen.
Â
Het regime in de gevangenis was streng. Gedetineerden werden een halfuur per dag gelucht. Voor de rest van de dag zaÂten zij in hun cel, waar hij of zij arbeid moest verÂrichten. Onderling contact tussen de gevangenen was streng verboden en zij mochtÂen niet spreken. Het personeel sprak hen aan met hun numÂmer. Om te verhinderen dat de gedetineerden elkaar konden zien, kregen ze bij de overbrenging naar de luchtkooi kappen over het hoofd.
Â
De gevolgen van de eenzame opsluiting waren desastreus. Mentale afÂwijÂkinÂgen en krankzinnigheid waren dikwijls het gevolg. Ook de Rodense kwam niet ongeschonden uit haar gevangenisperiode. Het verlies van haar tweeling was wellicht de druppel.
Â
Na terugkomst uit Utrecht vertrok de moeder naar Leek. Daar werd nog weer een kindje geboren. Opmerkelijk was dat een vroedvrouw het kindje aangaf. Zij verklaarde bij de beÂvalÂling aanwezig te zijn geweest. In de akte werd vermeld dat de moeder in Leek woonde en de vader elders. Hij was verhinderd het kind aan te geven.
Â
Het huwelijk strandde uiteindelijk. Er was te veel gebeurd en de echtscheiding werd uitgesproken. Beiden hertrouwden.