Drentse jeugd zegt online nepnieuws te herkennen: 'Hoort er gewoon bij'

24 jun. 2026

Jongeren zien nepnieuws als vast onderdeel van hun online wereld

Ruim acht op de tien jongeren volgt nieuws vooral via sociale media. Tegelijk komt bijna de helft van de jongeren wekelijks online nepnieuws tegen. Dat blijkt uit onderzoek van Trendbureau Drenthe en Sociaal Planbureau Groningen onder het Drents en Groninger Jeugdpanel; 661 jongeren van 12 tot en met 18 jaar deden mee aan het onderzoek. Nepnieuws lijkt voor veel jongeren een normaal onderdeel van hun online omgeving geworden.

Voor jongeren zijn sociale media de belangrijkste bron van nieuws. Maar liefst 83% volgt nieuws via platforms als TikTok, Snapchat, YouTube en Instagram. Vaak zoeken zij hier niet actief naar: twee derde van de jongeren komt nieuws vooral toevallig tegen in hun online feed.

Tegelijkertijd krijgen jongeren regelmatig te maken met misleidende informatie. Bijna de helft van de ondervraagde jongeren zegt minimaal wekelijks online nepnieuws tegen te komen. Vooral bewerkte foto’s, nepvideo’s en AI-gegenereerde content worden vaak genoemd. Het onderzoek laat zien dat jongeren zich bewust zijn van de aanwezigheid van online nepnieuws, maar daar tegelijk relatief nuchter mee omgaan.

Vertrouwen in herkennen van online nepnieuws

Veel jongeren hebben vertrouwen in hun eigen vermogen om nepnieuws te herkennen. De helft zegt nepnieuws vaak of altijd te kunnen onderscheiden van echt nieuws. Jongeren letten daarbij vooral op visuele kenmerken, zoals bewerkte beelden of video’s die er onnatuurlijk uitzien.

We zien dat het herkennen van online nepnieuws voor jongeren steeds lastiger wordt. Vooral de snelle ontwikkeling van kunstmatige intelligentie (AI) zorgt ervoor dat het onderscheid tussen echt en nep vervaagt. Realistische AI-afbeeldingen en -video’s maken het volgens jongeren moeilijker om de betrouwbaarheid van online informatie te beoordelen.

Weinig zorgen, wel bewust van risico’s

Ondanks de aanwezigheid van nepnieuws maakt het merendeel van de jongeren zich hier weinig zorgen over. Vier op de vijf jongeren zeggen zich zelden of nooit druk te maken over nepnieuws. De meeste jongeren scrollen simpelweg verder wanneer zij twijfelachtige berichten tegenkomen. Ook geven jongeren aan dat zij er bewust voor kiezen geen actie te ondernemen wanneer zij online nepnieuws signaleren, omdat zij anders bijdragen aan de verspreiding van misleidende informatie.

Tegelijk zien jongeren mogelijke gevolgen voor anderen en voor de samenleving. Zij noemen onder meer misleiding, oplichting, onzekerheid over wat waar is en de invloed van nepnieuws op meningen en gedrag.

In gesprekken op scholen deelden jongeren verschillende strategieën om nepnieuws te herkennen, zoals het controleren van bronnen, het bekijken van reacties onder berichten en het vergelijken van informatie met andere nieuwsbronnen.

Aanknopingspunten voor mediawijsheid

De resultaten laten zien hoe belangrijk sociale media zijn geworden als nieuwsbron voor jongeren. Dit vraagt om blijvende aandacht voor mediawijsheid en digitale geletterdheid, zowel thuis als op school. Daarbij gaat het onder meer om kritisch denken, broncontrole en het herkennen van AI-gegenereerde content. Deze uitkomsten sluiten aan bij de nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid (SLO, 2026), waarin mediawijsheid en kritisch omgaan met informatie een belangrijke plaats innemen.

De uitkomsten sluiten ook aan bij recent onderzoek van Trendbureau Drenthe en Sociaal Planbureau Groningen naar nieuwsgebruik, waaruit blijkt dat veel volwassenen worstelen met de hoeveelheid en betrouwbaarheid van online informatie. Voor jong en oud geldt daarmee dat het kritisch beoordelen van online informatie een steeds belangrijkere vaardigheid wordt.

Deel deze pagina